Een efficiënte aanpak van het zwerfvuilbeleid

Om de zwerfvuilproblematiek efficiënt aan te pakken is een samenspel vereist van verschillende acties die we kunnen onderbrengen in 5 pijlers:

  1. Infrastructuur: de inrichting van de publieke ruimte, de plaatsing en proper houden van recipiënten (zoals vuilnisbakken), de organisatie van veegbeurten en opruimen van zwerfvuil. .
  2. Sensibilisatie en communicatie: communicatie die tot een mentaliteitswijziging en gedragsverandering moet leiden en die duidelijk maakt dat afval achterlaten maatschappelijk onaanvaardbaar is. Voorbeelden: affiches, artikels in gemeentelijk infoblad, sensibilisatieborden op opgeruimde locaties, …
  3. Omgeving: anders dan bij de pijler ‘infrastructuur’ gaat het hier niet over elementen zoals vuilnisbakken of veegplannen, maar wel over de materiële omgeving die zwerfvuilgedrag kan uitlokken of begunstigen: leegstand, verloedering, anonimiteit en allerhande vormen van schade en verwaarlozing. Elke gemeente heeft zogenaamde ‘icoonplaatsen’. Bijvoorbeeld het centrum, de stationsbuurt, toeristische trekpleisters, … waar veel volk passeert. Deze icoonplaatsen beïnvloeden, in grote mate, de beeldvorming rond de staat van de openbare ruimte. Daarom krijgen deze plaatsen ook best prioriteit in het beleid rond openbare reinheid.
  4. Participatie: het is een goed idee om buurtbewoners, vrijwilligers, verenigingen of andere burgerorganisaties aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Verder kunt u initiatieven ontwikkelen die de betrokkenheid bij de publieke ruimte verhogen en mensen aansporen tot een actieve medewerking aan het realiseren én behouden van de netheid ervan. Deze initiatieven moeten het eigenaarschap van bewoners, handelaars en overheden op een bepaald deel van de openbare ruimte benadrukken of herbevestigen. Zo wordt voor passanten duidelijk dat de openbare ruimte wel degelijk ‘van iemand’ is. Dit kan bijvoorbeeld door buurtacties te organiseren, ambassadeurs te creëren, gepersonaliseerde affiches op te hangen of een soort van sociale controle te laten uitvoeren.
  5. Handhaving: is het sluitstuk van elk beleid. Zeker ivm zwerfvuil is sociale controle door inwoners of andere betrokkenen zoals bijvoorbeeld gemeenschapswachten zeer belangrijk. Meer formele handhaving kan gebeuren door GAS-ambtenaren en politie en ook door toezicht door andere ambtenaren die betrokken zijn bij het beheer van de openbare ruimte.
Wat is het verschil tussen zwerfvuil en sluikstorten?

Zwerfvuil is klein afval dat buitenshuis wordt achtergelaten op een plaats waar dat niet hoort. Dat kan bewust of onbewust zijn. Voorbeelden genoeg: sigarettenpeuken, kauwgom, etensresten, verpakkingen, tickets, blikjes, flesjes, paraplu's, zakdoekjes,...
Een klein zakje met picknickafval of de as uit een autoasbak is ook afval dat buitenshuis ontstaat. Burgers mogen dat soort afval, afkomstig van producten die ze onderweg geconsumeerd hebben, meteen na gebruik in een straatvuilnisbak deponeren, zonder dat ze daarvoor beboet kunnen worden. Zo wordt zwerfvuil voorkomen.

Sluikstorters ontwijken bewust de inzameling van huisvuil of bedrijfsafval. Ze laten afval achter op plaatsen waar het niet mag, op momenten waarop dat niet is toegelaten en/of in de verkeerde bakken of containers. Het gaat bijvoorbeeld om zakjes huishoudelijk afval die in straatvuilnisbakken worden achtergelaten, dumpingen op anonieme locaties en het achterlaten van afval in glasbollen, textielcontainers en dergelijke.