Er is positief nieuws over de zwerfvuilvergoeding voor steden en gemeenten (en Vlaamse agentschappen) in het kader van de UPV Zwerfvuil. Het Grondwettelijk Hof verwierp op 24 september 2026 de vraag van Fost Plus om de geplande uitbetaling te schorsen. Het samenwerkingsakkoord van 9 februari 2026 tussen de drie gewesten rond de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor zwerfvuil blijft daardoor ongewijzigd van kracht. De producenten blijven verplicht om de heffing te betalen volgens het bestaande kader en lokale besturen kunnen blijven rekenen op de voorziene uitbetaling van de zwerfvuilvergoeding. OVAM zal de eerste voorafbetaling van de zwerfvuilvergoeding tegen eind dit jaar uitvoeren (vermoedelijk tweede deel november).
Wat betekent dit voor jouw gemeente?
Als lokaal bestuur moet je hiervoor geen aanvraag indienen. Tegen het einde van dit jaar ontvangen steden en gemeenten voor het eerst een gedeeltelijke vergoeding voor de kosten die zij maken in het kader van hun zwerfvuilbeleid.
Hoeveel ontvangt jouw gemeente?
Zodra voldoende zicht bestaat op de effectief geïnde producentenbijdragen, kan het definitieve uit te keren bedrag voor 2026 worden vastgelegd.
OVAM kan geen exacte bedragen tot 2031 bevestigen aangezien verschillende factoren die de hoogte van de vergoeding bepalen in de komende jaren nog kunnen wijzigen.
Naast de jaarlijkse indexatie van de producentenbijdragen, de jaarlijkse berekening van de marktaandelen van de producenten en de mate waarin er tijdig betaald wordt, voorziet het ISA UPV Zwerfvuil bovendien in een periodieke evaluatie van de totale zwerfvuilkosten. Wijzigingen in deze kosten kunnen doorwerken in de heffing voor producenten en bijgevolg ook een impact hebben op de beschikbare middelen voor de vergoeding van lokale besturen.
Daarnaast werkt OVAM ook aan een actualisatie van de verdeelsleutel via een evaluatie van de indeling van lokale besturen in risicosegmenten, gebaseerd op het ingeschatte risico op de aanwezigheid van zwerfvuil. Ook wijzigingen aan deze verdeelsleutel kunnen een impact hebben op de uiteindelijke verdeling van de beschikbare middelen over de lokale besturen.
Vanaf 2027 volgen de jaarlijkse uitbetalingen.
Wat is de levensduur van de ISA UPV Zwerfvuil?
Het ISA UPV Zwerfvuil voorziet geen einddatum. Een lokaal bestuur kan de zwerfvuilvergoeding beschouwen als een jaarlijks terugkerende financieringsstroom zolang het interregionaal samenwerkingsakkoord rechtskracht behoudt. Die rechtskracht berust op de instemming van de drie gewesten (Vlaams Gewest – Waals Gewest – Brussels Hoofdstedelijk Gewest) via de respectieve instemmingsdecreten en -ordonnantie.
Juridische procedure loopt verder
Hoewel de eerste uitbetaling kan doorgaan, is de juridische procedure nog niet afgerond. Er werd ook een verzoek ingediend tot vernietiging van de bepalingen in het interregionaal samenwerkingsakkoord die de zwerfvuilvergoeding regelen. Het Grondwettelijk Hof zal zich daar ten vroegste volgend jaar over uitspreken.
Tot zolang blijft het samenwerkingsakkoord van kracht en worden de voorziene uitbetalingen uitgevoerd. We volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet op en houden je op de hoogte van eventuele gevolgen voor toekomstige vergoedingen.
Een belangrijke stap voor de lokale zwerfvuilaanpak
Voor veel steden en gemeenten betekent deze vergoeding een erkenning van de inspanningen die dagelijks worden geleverd om Vlaanderen proper te houden. Investeringen in bewustmakingsmaatregelen, beheer en ledigen van vuilnisbakken, het opruimen van zwerfvuil, enz...brengen immers aanzienlijke kosten met zich mee.
Mooimakers blijft zich samen met lokale besturen inzetten voor een structurele en doeltreffende aanpak van zwerfvuil en sluikstort. Deze eerste uitbetaling vormt daarbij een belangrijke mijlpaal.