Parking - Infrastructuur
Kenniswijzer > Hotspots > Parkings > Parking - Infrastructuur

Opzet

Een doelplaatsenmodule voor parkings bevat maatregelen tegen zwerfvuil en sluikstorten rond parkings.  Hierbij wordt steeds vertrokken van een integraal beleid dat stoelt op vijf pijlers:   

1. infrastructuur

2. omgeving

3. sensibilisering en communicatie

4. participatie

5. handhaving 

Daarnaast wordt ook de impact van de opgenomen maatregelen beschreven en wordt er verwezen naar goede praktijkvoorbeelden. Deze module bevat maatregelen, informatie over hun impact en praktijkvoorbeelden voor de doelplaats parking

Monitoring van de parking is het sluitstuk. Dit doen we om de netheid op de parking te kunnen (bij)sturen.

In dit artikel staan we stil bij de pijler infrastructuur.

 

Maatregelen infrastructuur

Tot de pijler Infrastructuur worden niet alleen de vuilnisbakken (type, locatie, inwerpopening) gerekend. Ook de reiniging van de openbare ruimte, de staat van het straatmeubilair of de verlichting zijn voorbeelden van infrastructuur. 

Voor een parking raden we aan om de infrastructuur zoveel als mogelijk af te stemmen op de belangrijkste doelgroep.

Enkele maatregelen die je kan nemen zijn:

  • Het kan aangewezen zijn om afvalrecipiënten te voorzien, maar het is geen must. Zeker op parkings met minder sociale controle kunnen recipiënten sluikstorters aantrekken. Maak dus de afweging of ze een meerwaarde zijn en niet nog meer afval gaan veroorzaken of sluikstort aantrekken.
  • Plaats “goede” vuilnisbakken en doe dit aan de hand van een vuilnisbakkenplan. Zo spoor je de parkinggebruikers aan tot het geruik van de vuilnisbak. Een goede vuilnisbak is proper, aantrekkelijk, opvallend en herkenbaar. Bovendien is de omgeving van een goede vuilnisbak proper, heeft een goede vuilnisbak voldoende capaciteit en lijkt hij op andere vuilnisbakken (uniformiteit). Zorg ervoor dat de vuilbak beschermd is tegen de regen. Plaats bij voorkeur vuilbakken in gerecycleerd materiaal.

  • Hou rekening met de volgende plaatsingscriteria:

    • Plaats de vuilnisbakken op de logische looproute/looplijn van de voetgangers
    • Zorg dat vuilnisbakken goed bereikbaar zijn en bv. niet “verstopt” tussen geparkeerde auto’s.
    • Plaats vuilnisbakken aan de uitgang van de parking aan de chauffeurskant (bv. bij McDonalds: chauffeur kan zo gemakkelijk afval van meeneemmaaltijd die in de wagen op de parking werd genuttigd bij het wegrijden in de vuilnisbak achterlaten.)
    • Zorg ervoor dat de inwerpopening gericht is naar de looplijn
    • Plaats de vuilnisbakken in het zicht
    • Voorzie eventueel nudges (bijvoorbeeld voetstappen naar de vuilnisbak) of andere elementen of boodschappen die gedrag sturen.
  • Voorzie peukenrecipiënten in de zones waar de parkinggebruikers hun sigaret doven (bv. naast picknicktafels). Zorg ervoor dat de recipiënten zichtbaar zijn en op minder dan 5m staan van de plek waar gerookt wordt. Een peukenrecipiënt kan in de vuilnisbak ingebouwd worden (met doofplaat) of los van de vuilbak worden opgesteld.

  • Maak een vuilnisbakkenplan op om de situatie te analyseren, te evalueren en bij te sturen indien nodig. Dit bevat onder andere:

    • Een inventaris van de vuilnisbakken
    • Een overzicht van de (frequentie van) ledigingen
  • Op grote afgelegen parkings (zoals carpoolparkings) plaats je best geen vuilnisbakken. Dit doe je om sluikstort te vermijden. Communiceer dat ook zo aan de ingang van de parking.
  • Overweeg het plaatsen van tijdelijke vuilnisbakken tijdens drukkere periodes.
  • Zorg voor voldoende ophaalbeurten voor de diverse afvalfracties.
  • Reinig vervuilde recipiënten
  • Vervang kapotte recipiënten zo snel mogelijk.
  • Op autosnelwegparkings kan het nuttig zijn om (grote) rolcontainers (bv. Kliko's) te vervangen door vuilnisbakken met ondergrondse capaciteit (bv. Moloks) met een opening tussen 15 à 20 cm (niet kleiner, niet groter). Zo kan je de capaciteit verhogen en trek je toch geen sluikstort aan.
  • Herbekijk de inrichting van de parking bij heraanleg. Stem deze af op de belangrijkste doelgroep. Betrek hierbij tijdig de technische diensten en andere verantwoordelijken.
  • Leg verhardingen zo aan dat ze gemakkelijk te onderhouden zijn, ook met veegmachines. Denk hierbij aan trottoirranden waartegen het vuil bijeen gebracht kan worden en machinaal kan opgeveegd worden. Voorkom te scherpe hoeken waardoor bepaalde plaatsen door de veegmachine niet bereikbaar zijn of andere plekken waar een veegmachine niet bij kan. Zo kan je het onderhoud vereenvoudigen en de kosten drukken.

  • Voor verharde ondergronden kan machinaal vegen worden overwogen (eventueel in combinatie met manueel vegen). De volgende machines zijn mogelijk:

    • Straatstofzuigers – deze zijn zeer geschikt voor het opruimen van peuken op verharde ondergrond.
    • Kleine veegmachines
    • Grote veegmachines
  • Voor bepaalde ondergronden is manueel vegen aangewezen. In bermen en plantvakken kan je een grijpstok, prikker of blazer gebruiken. Op onverharde, maar weinig begroeide ondergrond is een hark aangeraden. Eventueel kunnen de manuele vegers het vuil op de route van de veegmachine leggen, die later langs komt.

  • Vervang periodiek reinigen (veegplan met vaste frequentie) door beeldgericht reinigen (veegplan gericht op bepaalde doelstellingen die zijn vastgelegd in beelden of scores). Merk op dat er dan wel toezicht en controle aanwezig moet zijn op het terrein. Zo speel je in op de situatie van de betrokken parking.

  • Promoot selectief inzamelen buitenshuis (zie brochure Fost Plus). Zo breng je waardevolle grondstoffen opnieuw in kringloop. Bij niet-selectieve inzameling wordt alles beschouwd als restafval.

    • Zet de vuilnisbakken voor de verschillende fracties bij elkaar

    • Gebruik duidelijke pictogrammen en de kleurcodes van Fost Plus (PMD = blauw, Papier/karton = geel)

    • Gebruik eventueel inwerpopeningen in een bepaalde vorm om de gebruikers te sturen

  • Ruim bijplaatsingen onmiddellijk op. Zo hou je de omgeving proper. Vermijd ook alsof het lijkt dat bijplaatsingen toegelaten zijn. Roep hier eventueel een meldsysteem rond in leven.

  • Plaats geen zogenaamde blikvangers op de parking. Deze blikvangers missen hun effect: het afval wordt er vaak naast gegooid en zijn vaak een aantrekkingspool voor sluikstort.

  • Organiseer (één of meerdere keren per jaar) een grote opruimactie. Doe dat bijvoorbeeld in samenwerking met een bedrijf, omwonenden, uitbaters van een snelwegparking, … Focus bij het opruimen zeker ook op stukken die moeilijk machinaal te reinigen zijn (bijvoorbeeld tussen de beplanting).

Doelplaatsenmodule parkings

Hier kan je de volledige doelplaatsenmodule voor parkings downloaden.

Downloaden (pdf)