Situering
Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 beschrijft verschillende beleidsacties die een lokaal bestuur moet uitvoeren rond de zwerfvuil- en sluikstortproblematiek om hun operationeel beleid te versterken en de openbare netheid te verbeteren gedurende de planperiode 2023-2030.
Om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, vind je in deze kenniswijzer een verduidelijking en een meer gedetailleerde uitwerking van de vier primaire actiepunten voor een integraal netheidsbeleid. Drie ervan zijn minimale beleidsactie. OVAM en Mooimakers zien toe op het correct uitvoeren van deze minimale beleidsacties en de efficiënte besteding van de middelen die worden toegekend vanuit de SUP-richtlijn.
Het gaat om volgende acties:
- Elk lokaal bestuur heeft een vuilnisbakkenplan
- Elk lokaal bestuur brengt zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties (hotspots) in kaart en treft maatregelen om de problematiek op die locaties terug te dringen
- Elk lokaal bestuur handhaaft effectief en efficiënt op zwerfvuil en sluikstorten via het GAS-reglement en/of artikel 12 van het Materialendecreet.
- Elk lokaal bestuur zorgt voor een efficiënte en effectieve reiniging van het openbaar domein.
In dit artikel gaan we dieper in op de aanpak van zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties, de zogenaamde hotspots).
Zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties
Lokaal Materialenplan
In het Lokaal Materialenplan lees je het volgende rond zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties:
- Actie 61: Lokale en bovenlokale besturen zorgen voor een effectieve aanpak van zwerfvuil- en sluikstorthotspots. Lokale besturen kunnen (gratis) gebruik maken van de monitoringsmodule binnen ‘Mijn Mooie Straat’. Via Mooimakers krijgen lokale en bovenlokale besturen ondersteuning in de vorm van kennisdocumenten, infosessies, financiële ondersteuning en begeleiding op maat.
- Actie 71: Elk lokaal bestuur brengt zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties (hotspots) in kaart en treft maatregelen om de problematiek op die locaties terug te dringen.
Verduidelijking
Zwerfvuil- en sluikstorthotspots zijn locaties op het openbaar domein die regelmatig en/of snel vervuild worden door zwerfvuil of sluikstort. Soms ook wel “probleemlocaties” genoemd. Je brengt gedurende de planperiode deze probleemlocaties in kaart en werkt een aanpak uit om de problematiek op deze plaatsen terug te dringen. OVAM verwacht dat je minstens:
- de verschillende zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige probleemlocaties op haar grondgebied structureel en systematisch in kaart brengt. Dit overzicht wordt regelmatig herzien om actueel te blijven.
- Een plan van aanpak opstelt, zowel op strategisch niveau ((methodiek, inzet en samenwerking van betrokken diensten en relevante stakeholders, …), als op operationeel niveau (de probleemlocatie).
- Maatregelen treft om de problematiek op de verschillende locaties effectief terug te dringen en dit op basis van een datagedreven analyse. Dit impliceert dat zodra je een probleemlocatie vaststelt, je de omvang van de problematiek systematisch kwantificeert door de hoeveelheden of aantallen stuks zwerfvuil en/of sluikstort te meten. Gegevens verzamel je over meerdere weken of maanden, zodat de dataset voldoende robuust is om betrouwbare conclusies te trekken. Op basis van een analyse van deze metingen kan je vervolgens een integrale aanpak van passende maatregelen uitrollen. Na de implementatie van maatregelen voer je opnieuw en op dezelfde wijze metingen uit om het effect van de maatregelen in kaart te brengen.
Ondersteuning OVAM/Mooimakers
OVAM en Mooimakers voorzien een set van ondersteunende maatregelen voor lokale besturen zoals
- Het digitale platform Mijn Mooie Straat
- Opleidingen en expertise
- Begeleiding en subsidies
Het actueel aanbod is terug te vinden op Partners | Mooimakers.be
Rapportage en opvolging
De rapportage en opvolging van de minimale beleidsacties gebeurt als volgt:
- Lokale besturen rapporteren jaarlijks over hun afval- en bodembeleid via de “bevraging gemeentelijk beleid rond afval, materialen en bodem”. Deze bevat vragen rond de minimale beleidsacties. Het lokaal bestuur is verplicht om deze enquête in te vullen. Deze bevraging geeft inzicht in de prestaties en resultaten van het lokaal bestuur rond deze acties.
- Via steekproeven of op basis van een beleidsevaluatie kan de OVAM bij lokale besturen meer informatie opvragen omtrent de minimale beleidsacties. De OVAM en Mooimakers nemen in de eerste plaats een coachende en ondersteunende rol op en stimuleren de lokale besturen om uitvoering te geven aan de minimale beleidsacties.
- Er kan gehandhaafd en gesanctioneerd worden op basis van de regelgeving die van kracht is.