Situering
Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 beschrijft verschillende beleidsacties die een lokaal bestuur moet uitvoeren rond de zwerfvuil- en sluikstortproblematiek om hun operationeel beleid te versterken en de openbare netheid te verbeteren gedurende de planperiode 2023-2030.
Om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, vind je in deze kenniswijzer een verduidelijking en een meer gedetailleerde uitwerking van de vier primaire actiepunten voor een integraal netheidsbeleid. Drie ervan zijn minimale beleidsactie. OVAM en Mooimakers zien toe op het correct uitvoeren van deze minimale beleidsacties en de efficiënte besteding van de middelen die worden toegekend vanuit de SUP-richtlijn.
Het gaat om volgende acties:
- Elk lokaal bestuur heeft een vuilnisbakkenplan
- Elk lokaal bestuur brengt zwerfvuil- en/of sluikstortgevoelige locaties (hotspots) in kaart en treft maatregelen om de problematiek op die locaties terug te dringen
- Elk lokaal bestuur handhaaft effectief en efficiënt op zwerfvuil en sluikstorten via het GAS-reglement en/of artikel 12 van het Materialendecreet.
- Elk lokaal bestuur zorgt voor een efficiënte en effectieve reiniging van het openbaar domein.
In dit artikel gaan we dieper in op het veeg- en opruimbeleid
Veeg- en opruimbeleid
Lokaal Materialenplan
In het Lokaal Materialenplan lees je het volgende rond het veeg- en opruimbeleid.
- Actie 62: Lokale besturen en bovenlokale overheden zorgen voor een efficiënte en effectieve reiniging van het openbaar domein. Mooimakers ondersteunt lokale besturen en Vlaamse partners in het opstellen en optimaliseren van hun veeg- en opruimplan.
Verduidelijking
Een lokaal bestuur zorgt voor een efficiënte en effectieve reiniging van het openbaar domein. Dit betekent dat het lokaal bestuur een integraal veeg- en opruimbeleid opstelt, afgestemd op beleidsambities, lokale context en beschikbare middelen van lokale besturen.
OVAM verwacht dat een lokaal bestuur minstens beschikt over een duidelijk beeld van:
- De beschikbare middelen: Dit houdt een inventaris in van
- Het opgeleid personeel (met voldoende tijdsinspanning en back-up om continuïteit te garanderen)
- Het geschikt en operationeel veegmateriaal
- De financiële middelen (incl. onderhoudskosten), niet enkel voor de interne betrokken diensten, maar ook de samenwerking met externe partners (bv. aannemers, sociale tewerkstelling).
- Bij het plannen van actieve veeguren wordt een realistische inschatting gemaakt van tijd, afstand en inzet (eventueel via tracking). Een groot deel van de capaciteit wordt structureel ingezet voor vaste opdrachten, terwijl ruimte wordt voorzien voor ad-hoc-opdrachten en onvoorziene omstandigheden (zoals evenementen, seizoensgebonden hinder of plotse vervuiling). Zo blijft het veegbeleid flexibel.
- De beleidskeuze(s) over beoogde netheid en de methodologie: inspanningsgericht of beeldgericht/resultaatsgericht reinigen. Afhankelijk van de lokale situatie wordt gekozen voor vaste veegfrequenties (inspanning) of voor een vooraf afgesproken straatbeeld (resultaat).
- Indeling van het grondgebied op basis van veegfrequentie afhankelijk van vervuilingssnelheid en/of gewenste schoonheidsgraad en relevante veegmethodes (machinaal, manueel en/of hybride vegen) afhankelijk van de noden van het openbaar domein.
Het beleid wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd op basis van resultaten, beoogde netheid en veranderende omstandigheden op het openbaar domein. Reiniging wordt bovendien versterkt door flankerende maatregelen binnen het zes-pijlerbeleid en samenwerking met andere diensten.
Ondersteuning OVAM/Mooimakers
OVAM en Mooimakers voorzien een set van ondersteunende maatregelen voor lokale besturen zoals
Het actueel aanbod is terug te vinden op Partners | Mooimakers.be
Rapportage en opvolging
De rapportage en opvolging van de beleidsacties gebeurt als volgt:
- Lokale besturen rapporteren jaarlijks over hun afval- en bodembeleid via de “bevraging gemeentelijk beleid rond afval, materialen en bodem”. Deze bevat vragen rond de minimale beleidsacties. Het lokaal bestuur is verplicht om deze enquête in te vullen. Deze bevraging geeft inzicht in de prestaties en resultaten van het lokaal bestuur rond deze acties.
- Via steekproeven of op basis van een beleidsevaluatie kan OVAM bij lokale besturen meer informatie opvragen over de minimale beleidsacties. OVAM en Mooimakers nemen in de eerste plaats een coachende en ondersteunende rol op en stimuleren de lokale besturen om uitvoering te geven aan de minimale beleidsacties.
- Er kan gehandhaafd en gesanctioneerd worden op basis van de regelgeving die van kracht is.