Hoe zwerfvuil rond stopplaatsen openbaar vervoer vermijden?
Kenniswijzer > Hotspots > Stopplaatsen openbaar vervoer > Hoe zwerfvuil rond stopplaatsen openbaar vervoer vermijden?

Probleem 

Haltes van het openbaar vervoer zijn transitplaatsen: ze kennen een (soms hoge) doorstroom van mensen die er slechts kort verblijven. Soms consumeren de wachtenden aan een halte nog gauw iets voor ze opstappen, of roken ze een sigaret. Het afval dat hierbij ontstaat, kan als zwerfvuil op de grond terechtkomen.  

Een ander aandachtspunt aan haltes van het openbaar vervoer is sluikstort. In of langs de vuilnisbakken worden er vaak zakjes met huisvuil teruggevonden.  

Het opruimen van zwerfvuil rond het station kan in principe worden overgedragen van de NMBS aan een lokaal bestuur – al is dat niet gebruikelijk. Gewoonlijk wordt dit geval per geval bekeken en worden er afspraken gemaakt tussen beide betrokken partners. Daarbij kan het gaan om de parkings aan het station en de doorgangen onder het spoor. De doorgangen leiden naar het perron, maar ze dienen vaak ook als verbindingsweg voor voetgangers. 

 

Aanpak (volgens de vijf pijlers)

Communicatie

  • Richt de communicatie op doelplaatsen en niet op doelgroepen. Een halte is een locatie die vaak snel wordt vervuild. Gerichte communicatie over zwerfvuil en over het correct gebruik van de vuilnisbak moet zeker aanwezig zijn aan de halte/station zelf. 
  • Informeer over acties en beleid. Communiceer hierbij op de juiste locatie: aan de halte zelf (bijvoorbeeld aan/op de vuilnisbakken; aan de ingang van het station), maar ook via de algemene kanalen. Verlies hierbij de sociale media niet uit het oog. 
  • Bij Mooimakers hebben we gemerkt dat positief communiceren (geen “shaming & blaming”) effectiever werkt. Personen worden actief aangesproken om deel uit te maken van de gemeenschap. Toon nooit de negatieve norm. Uit gedragsonderzoek blijkt dat dit een averechts effect kan hebben. 
  • Maak gebruik van nudging (onbewuste gedragsbeïnvloeding) op geschikte plaatsen. Gebruik in de communicatie alom gekende symbolen (bijvoorbeeld voetafdrukken om reizigers naar de vuilnisbakken te leiden). Een groot deel van gedrag is onbewust. Hierop inspelen is efficiënter m.b.t. gedragsverandering dan communicatie op “bewust niveau”. 

Infrastructuur  

  • Voorzie op drukke stopplaatsen voor het openbaar vervoer voldoende en aangepaste vuilnisbakken.
  • Gebruik ‘goede’ vuilnisbakken, zoals de ‘ideale vuilnisbak’. Niet bij elke stopplaats is het altijd wenselijk om een vuilnisbak te plaatsen, Zeker bij meer afgelegen stopplaatsen is het risico op misbruik van vuilnisbakken groot en is het vaak beter om geen vuilnisbak te plaatsen.  
  • Plaats peukenrecipiënten. Bij de plaatsing van een peukentegel of peukenpaal belandt er 1 op 4 peuken in het recipiënt. Kies voor een peukenpaal waar mogelijk. Die doet het beter dan een peukentegel aan busstations. Bijna dubbel zo goed zelfs blijkt uit onderzoek van Mooimakers over peukenrecipiënten aan bushaltes. Ze vallen ook meer op in het straatbeeld dan peukentegels. Uit hetzelfde onderzoek is gebleken dat de locatie waar het peukenrecipiënt staat belangrijker is dan het aantal peukenrecipiënten op een perron aan bushaltes. De beste locatie is aan de ‘kop’ van een perron, naast een vuilnisbak of vlak bij de opstapplaats. Dat zijn locaties waar veel passage is en waar geen omweg voor nodig is. 

peukenonderzoek

  • Maak een gemeentelijk vuilnisbakkenplan op, waarin ook de vuilnisbakken aan de bushaltes worden opgenomen. Dit plan bevat onder meer een inventaris van de vuilnisbakken en een overzicht van de (frequentie van) ledigingen.   

Omgeving 

  • Vergroot de aanwezigheid van positieve omgevingsinvloeden zoals een aantrekkelijk en goed onderhouden schuilhuisje. Bijvoorbeeld door plaatsing van bloemen- en plantenbakken of kunstprojecten nabij de ingang van het station. Zorg hierbij voor voldoende communicatie.  
  • Verklein de aanwezigheid van negatieve omgevingsinvloeden zoals graffiti wildplakken, kapot straatmeubilair of sluikstort.  
  • Voorzie de inrichting van de halte zo dat deze mee gereinigd wordt tijdens de reguliere veegactiviteiten. Maak maximaal gebruik van de bestaande verharding. Voorkom hoeken die moeilijk te reinigen zijn. Machinaal vegen is vaak efficiënter dan manueel vegen, al heeft deze laatste een belangrijke signaalfunctie en gebeurt deze vaak grondiger.  
  • Vermijd op gemakkelijk vervuilende plaatsen aanplanting waaruit zwerfvuil moeilijk geraapt kan worden. Hagen en lage heesters zijn bijvoorbeeld echte zwerfvuilvangers en worden beter vermeden.  
  • Hou rekening met de volgende plaatsingscriteria voor vuilnisbakken:  
    • looplijn: plaats de vuilnisbakken op de logische locatie voor de wachtende 
    • inwerpopening: zorg ervoor dat de opening gericht is naar de wachtenden  
    • zichtbaarheid: plaats de vuilnisbakken in het zicht 

Handhaving 

  • Het opstellen van regels is belangrijk bij een doelgericht zwerfvuilbeleid, maar ook de opvolging van die regels is essentieel. Zorg daarom voor een consequente aanpak van vervuilers om anderen te ontraden. 

Participatie 

  • Betrek alle belanghebbenden voor de netheid van een halte of station. Denk bijvoorbeeld aan de gemeentes voor de toegangswegen, grensgebieden e.d. Zo kunnen er bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt worden met de uitbater van de fietsstalling aan het station…  
  • Maak aan de reizigers duidelijk dat iedereen betrokken partij is als het gaat over het schoon houden van openbare ruimte (in het algemeen) en de halte of het station (in het bijzonder). Gebruik hiervoor best communicatie aan de halte of in het station zelf (doelplaatsencommunicatie). 

Geen afval hier

Zorg voor een geschikte doelplaatscommunicatie,  om het participatiegehalte van de reizigers en pendelaars te vergroten.